Een jaar in het zadel – het itinerario van Hendrik II in 1017

Het itinerario (reistraject) van keizer Heinrich II in 1017. Uit: Ehlers, C. (red.), Mittelalterliche Königspfalzen (Göttingen 2002)
Het itinerario (reistraject) van keizer Hendrik II in het jaar 1017. Uit: Ehlers, C. (red.), Mittelalterliche Königspfalzen (Göttingen 2002)

Hoe slopend het bestaan van een middeleeuwse “reiskeizer” was (en hoe makkelijk wij het tegenwoordig als gemotoriseerde toeristen hebben!) blijkt uit dit kaartje van de reizen die Hendrik II alleen al in het jaar 1017 door zijn territorium maakte.

Koningen en keizers reisden tot ver in de middeleeuwen voortdurend van palts naar palts, begeleid door hun hofhouding. Om hun gezag over hun plaatsvervangers in het land te bevestigen, recht te spreken, zich aan het volk te tonen en zo legitimatie te verkrijgen, voor vergaderingen met de rijksgroten, vaak om oorlog te voeren, maar ook omdat de capaciteit van de landbouw niet in staat was een hofhouding te lang op één plaats te voeden.

We zien dat Hendrik zijn rondreis in dit jaar in de omgeving van de Harz begon. Overigens hebben we de gegevens over een aantal verblijfplaatsen uit dit jaar te danken aan een overgeleverde kroniek van Thietmar, de abt van Merseburg, die waarschijnlijk de overnachtingen in zijn directe omgeving (Oost-Saksen en de Harz) nauwkeuriger noteerde dan de plaatsen verder weg. Vanuit de Harz reisde Hendrik in het voorjaar naar de regio Mainz, waar hij Palmzondag en Pasen vierde. Vervolgens zakte de keizer de Rijn af en bezocht hij een belangrijke vergadering van rijksgroten in Aken. Daarna gaat hij al snel weer terug richting Harz, langs de Westfaalse Hellweg, met onderweg het Pinksterfeest in Werden (bij Essen).

Keizer Hendrik II betreedt de kerk, vergezeld van twee bisschoppen.  Staatsbibliothek Bamberg, Msc. Lit. 53, fol. 2v
Keizer Hendrik II betreedt de kerk, vergezeld van twee bisschoppen. Staatsbibliothek Bamberg, Msc. Lit. 53, fol. 2v

Dat de verblijfplaatsen voor hoogtijdagen als Pasen en Kerstmis lang van tevoren waren bepaald, is te zien aan de grote afstanden die werden afgelegd richting respectievelijk Ingelheim en Frankfurt, waar die feestdagen werden doorgebracht. De zomer brengt de keizer door met een onsuccesvolle veldtocht tegen Polen (op de kaart in stippellijn niet volledig weergegeven).

Na terugkomst uit Polen reist de keizer, met een grote omweg via Bamberg en Würzburg, via Saksen en de Harz weer naar Frankfurt am Main, waar hij Kerstmis viert. In totaal heeft Hendrik dan met zijn gevolg, alleen al op de ons bekende trajecten, in het jaar 1017 een minimumafstand van 2600 km afgelegd – met een geschat daggemiddelde van 25 km dus meer dan 100 dagen in het zadel.

Hoewel historici op basis van archiefstukken (vaak koninklijke besluiten, die van plaats en datum voorzien waren) de itinerarii  van de meeste jaren uit de vroege Duitse keizertijd hebben kunnen reconstrueren, is het vaak niet duidelijk waarom het hof juist koos voor een bepaald traject en bepaalde verblijfplaatsen. Mogelijk koos men paltsen of abdijen voor een langer verblijf vanwege de bouwkundige voorzieningen, een goede relatie met de gastheer (bijvoorbeeld een abt), de beschikbare voedselvoorraad, of gewoon vanwege de persoonlijke voorkeur van de keizer. Ook was van belang of de palts een “rijksgoed” was, en dus in feite aan de keizer zelf toebehoorde, of dat hij bij een andere autoriteit te gast was. Het belang en het aanzien van een bepaalde palts valt af te leiden aan het aantal bezoeken door de jaren heen, en het aantal kerkelijke hoogtijdagen dat de koning of keizer er doorbracht.

Net zo min als we weten waarom het hof voor een bepaalde route koos, weten we waarom bepaalde delen van het rijk jarenlang werden overgeslagen. Was het daar te onveilig? Of was de keizer daar juist zo zeker van zijn gezag dat een bezoek niet nodig was?

Overigens is het is je waarschijnlijk al opgevallen dat ik koning en keizer hier door elkaar heen gebruik. “Koning” is hier eigenlijk beter, omdat het rondreizen bij het koningschap hoorde, en ook direct na de koningskroning begon. Ook de paltsen behoorden de vorst toe in zijn functie van koning. Maar het begrip “keizer” heeft natuurlijk een speciale aantrekkingskracht (daarom deden die middeleeuwse koningen ook zo’n moeite om tot keizer gekroond te worden!), en veel pleisterplaatsen die op de rondreis van de keizer werden aangedaan, gingen zich al vroeg ‘keizerpalts’ noemen. Zeker herhaalde bezoeken van een keizer gaven zo’n palts een bijzonder cachet. Ook tegenwoordig wordt bijvoorbeeld de in de negentiende eeuw gerestaureerde palts in Goslar als ‘keizerpalts’ aangeprezen.

Het fascinerende van het rondreizend koningschap is voor mij dat één zo’n man, hoezeer zijn roem hem ook vooruitsnelde en hoezeer zijn gezag ook op allerlei magisch-sacrale tradities gebaseerd was, er in slaagde om jaar na jaar zijn dodelijk vermoeiende ronde door het rijk te maken, onderweg steeds weer zijn gezag te herbevestigen, en, met alle primitiviteit van de communicatiemiddelen van die tijd, toch door te regeren. Door een stuk van zo’n jaartraject over provinciale wegen na te reizen en wat keizerlijke pleisterplaatsen te bezoeken, al doe je het met de auto, kun je zelf ondergaan wat een prestatie dat was!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s