Wilhelminische monumenten – Duitse Vrijheidsbeelden?

Het Kaiser-Wilhelmstandbeeld,in Porta Westfalica, tussen Osnabrück en Hannover. Gebouwd door de provincie Westfalen, die al langer deel van Pruisen uitmaakte.
Het Kaiser-Wilhelmstandbeeld in Porta Westfalica, tussen Osnabrück en Hannover. Gebouwd in opdracht van de provincie Westfalen, die al sinds 1815 deel van Pruisen uitmaakte. Foto: Robin Oomkes.

Verspreid over het noorden en midden van Duitsland staan, vaak op prachtige punten in het landschap, reusachtige monumenten uit de Wilhelminische periode van de negentiende eeuw, het Tweede Duitse Keizerrijk. De monumenten hebben twee hoofdonderwerpen: veel werden er aan keizer Wilhelm I gewijd, kort na diens overlijden in 1888. De andere monumenten verheerlijken meestal militaire overwinningen.

De Siegessäule (overwinningszuil) op de Grosser Stern in Berlijn. Oorspronkelijk bevond hij zich op het plein voor de Rijksdag, maar de nazi's hebben het monument in de jaren dertig naar zijn huidige locatie verplaatst.
De Siegessäule (overwinningszuil) op de Grosser Stern in Berlijn. Oorspronkelijk bevond hij zich op het plein voor de Rijksdag, maar de nazi’s hebben het monument in de jaren dertig naar zijn huidige locatie verplaatst. Foto: Robin Oomkes.

De Siegessäule in Berlijn uit 1873 werd bijvoorbeeld gebouwd ter ere van de Pruisische overwinningen op Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk (1864-1870), maar er zijn ook monumenten die oeroude veldslagen in herinnering roepen, zoals het Herrmannsdenkmal bij Detmold. Dat verwijst naar de overwinning van Germaanse stammen op de Romeinse legioenen in de Slag bij het Teutoburgerwoud in het jaar 9 na Chr. Wat alle monumenten met elkaar gemeen hebben, is dat ze de Duitse nationale eenheid, onder leiding van Pruisen, tot uitdrukking proberen te brengen. Veel van deze grote monumenten (maar niet allemaal) zijn verenigd in de Strasse der Monumente, een toeristisch samenwerkingsverband.

Nationale monumenten – Duitse vrijheidsbeelden?

Voor de moderne bezoeker zien die monumenten er vreselijk pompeus en conservatief uit. Het ligt voor de hand ze als voortekens te beschouwen van het militarisme en nationalisme dat in de Eerste Wereldoorlog tot zulke verschrikkingen heeft geleid.

Het Kaiser-Wilhelm-Denkmal bij Porta Westfalica, gefotografeerd vanuit de intercity Berlijn-Amsterdam. Veel monumenten waren goed bereikbaar per spoor.
Het Kaiser-Wilhelm-Denkmal vanuit de intercity Berlijn-Amsterdam. Veel monumenten waren goed bereikbaar per spoor. Foto: Robin Oomkes.

Maar in de tijd dat ze gebouwd werden, waren deze monumenten ook symbolen van hoop, vooruitgang en moderniteit. De Duitse middenklasse uit die tijd nam vaak het initiatief voor de bouw, en bracht ook het geld ervoor bijéén. Niet vanuit het soort patriottisme dat tegenwoordig zo kleingeestig lijkt, maar als symbool van een nieuwe nationale identiteit die een duidelijke breuk met het verleden moest vormen.

Al sinds de Franse revolutie en de Napoleontische oorlogen die erop volgden, had de Duitse bourgeoisie geprobeerd om van het archaïsche, verdeelde bestuurssysteem van tientallen miniatuurstaatjes af te komen, in 1815, op het Congres van Wenen, maar ook bij de mislukte revoluties van 1830 en 1848. Maar elke keer slaagden de plaatselijke vorsten, bijgestaan door de aristocratie, erin om het ancien régime te herstellen.

Op het mozaïek aan de voet van de Siegessäule wordt Germania de keizerskroon aangerijkt. Om de Beierse koning niet te schofferen werd in plaats van de Pruisische Wilhelm een mythologische figuur afgebeeld.
Op het mozaïek aan de voet van de Siegessäule wordt Germania de keizerskroon aangereikt. Om de Beierse koning niet te schofferen werd in plaats van de Pruisische Wilhelm de mythologische figuur Germania afgebeeld. Foto: Robin Oomkes.

Daarom was voor veel Duitsers de uitroeping van het Tweede Keizerrijk, in de Spiegelzaal van Versailles in 1871, een teken van hoop dat er nu eindelijk een eind zou komen aan een eeuwenlange periode van verdeeldheid, religieuze onverdraagzaamheid, censuur, handelsbelemmeringen en rechterlijke willekeur. Ze hoopten op meer vrijheid en democratie. Veel burgers die actief waren in de snelgroeiende Duitse handel en industrie hadden de hoop dat hun land nu eindelijk op hetzelfde niveau zou belanden als andere moderne natiestaten zoals Frankrijk en Groot-Britannië.

Noord en zuid

Het Walhalla bij Regensburg, gezien vanaf de Donau. Foto: Lisa de Jong.
Het Walhalla bij Regensburg, gezien vanaf de Donau. Foto: Lisa de Jong.

Het is opmerkelijk dat geen van deze grote nationale monumenten zich in het zuiden van Duitsland bevindt. In Zwaben en Beieren was men duidelijk niet zo enthousiast over het idee van een verenigd Duitsland, en al helemaal niet onder leiding van Pruisen. Het Walhalla (1842), bij het Beierse Regensburg, past qua schaal en ambitie zeker bij de andere monumenten, maar werd gebouwd ter ere van toonaangevende Duitstalige historische persoonlijkheden (daar werden Nederlanders, zoals Erasmus, ook toe gerekend!) Het was zeker geen aansporing om tot nationale vereniging te komen. Het Walhalla is er een mooi voorbeeld van dat het idee van de “natiestaat”, dat een verwant taal- of cultuurgebied ook een politieke eenheid moet vormen, pas later in de negentiende eeuw vorm kreeg.

Een ander Beiers monument, de Befreiungshalle bij Kelheim uit 1863, moest de vijftigste verjaardag van de bevrijding van de Napoleontische onderdrukking in 1813 herdenken, maar streefde ook duidelijk naar de handhaving van de toenmalige, losse federalistische status. In het monument zijn namelijk alle vijfendertig toenmalige leden van de Duitse Bond afgebeeld, die toen overigens nog (net) onder Oostenrijkse leiding stond. Beide Beierse monumenten staan op de Google-kaart met een tempeltje afgebeeld.

Monumenten in de tijd van Wilhelm II

Na het overlijden van Wilhelm I in 1888, toen ook Wilhelm de Grote genoemd (die eretitel is overigens niet blijven plakken!) was er zoals gezegd een golf van bouwactiviteit. Overal ontstonden Kaiser Wilhelmstandbeelden. Maar daarna bekoelde het enthousiasme. Wilhelm II, zijn kleinzoon en opvolger, was nooit zo populair als de eerste keizer. Het is hem tijdens zijn dertigjarige bewind niet gelukt om de bevolking de monumentenmanie te laten volhouden.

Het Bismarckmonument en de Siegessäule aan de Grosser Stern in Berlijn.
Het Bismarckmonument en de Siegessäule aan de Grosser Stern in Berlijn. Foto: Robin Oomkes.

Er was even een opleving na 1898, het overlijdensjaar van Bismarck, de oude rijkskanselier van keizer Wilhelm I. De toen gebouwde Bismarckstandbeelden konden echter ook als teken van verzet tegen het bewind van Wilhelm II worden uitgelegd – die had Bismarck immers kort na zijn aantreden de laan uitgestuurd.

Het Völkerschlachtdenkmal uit 1913 was, net als de hierboven al genoemde Befreiungshalle, een herinnering aan de veldslag in 1813 bij Leipzig waar de geallieerden onder aanvoering van Pruisen de troepen van Napoleon versloegen. Het was het laatste nationalistische monument dat werd gebouwd in de Duitse “lange negentiende eeuw” – een begrip van de Britse historicus Eric Hobsbawm dat de periode van 1789 tot 1914 omvat.

Publieke opinie en het voortbestaan van de monumenten

De meeste monumenten, van het Kaiser-Wilhelm-Denkmal in Porta Westfalica tot de “Völki” in Leipzig, hebben de tand des tijds goed doorstaan. Gezien alle politieke en ideologische veranderingen sinds hun bouw is het opmerkelijk dat ze er überhaupt nog zijn.

Naaidemonstratie bij het Völkerschlachtmonument
Nazidemonstratie bij het Völkerschlachtmonument

Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was en de keizer troonsafstand had gedaan, veranderde ook het beeld dat de bevolking had van de monumenten, en het politieke systeem waaronder ze waren ontstaan. Voor veel Duitsers waren ze gênante overblijfselen uit de tijd van de laatste Hohenzollern-keizer. Wilhelm II had na de verloren oorlog alle geloofwaardigheid bij het volk verloren, en ook de Wilhelminische monumenten konden op nog maar weinig aandacht rekenen. Maar toen in de jaren dertig de nazi’s aan de macht kwamen, konden zij veel van de Wilhelminische  monumenten en standbeelden in hun Germaanse geschiedenismythe passen. Door hun mooie ligging en enorme schaal vormden ze geschikte locaties voor fascistische massa-manifestaties.

Na de Tweede Wereldoorlog leek dan toch het eind gekomen voor veel van deze negentiende-eeuwse monumenten. Zowel aan kapitalistische als aan communistische zijde hadden de geallieerde bezetters een afkeer van deze gigantische Pruisische symbolen van nationalisme en militarisme. Het keizersmonument in Porta Westfalica sneuvelde bijna toen de Britse bezettingsmacht de tunnels opblies in de berg waar het standbeeld op gebouwd is. In die tunnels was namelijk in de oorlog een wapenfabriek gevestigd, waar dwangarbeiders uit concentratiekampen te werk werden gesteld. Het monument zelf overleefde deze actie, maar een groot deel van het omringende terras gleed van de berg naar beneden. En de plaatselijke Sovjet-cultuurcommissaris kon maar net verhinderen dat Oost-Duitse communisten het Kaiser-Wilhelmstandbeeld in het Kyffhäusergebergte opbliezen. Van hem zijn de beroemde woorden: “Het wordt tijd dat jullie Duitsers eindelijk eens met jullie geschiedenis en jullie monumenten leren leven!”.

Een dagje naar een monument

Hoewel veel van de standbeelden en monumenten uit het Tweede Rijk op afgelegen locaties liggen, zorgden de ontwerpers er wel voor dat de gewone man uit de grote Duitse steden ze op een dagreisje kon bezoeken. Soms werd er omwille van de bereikbaarheid een speciaal spoorwegstation aangelegd. Om de nationalistische boodschap goed te verspreiden was het belangrijk dat zo veel mogelijk gewone mensen de monumenten konden bezoeken. Er werden betaalbare souvenirs en miniatuur-monumentjes verkocht, zodat mensen de boodschap van de monumenten mee naar huis zouden nemen (er staat een mooie collectie van deze souvenirs in de tentoonstelling aan de voet van de Siegessäule in Berlijn).

Vanaf het resterende terras van het Kaiser-Wilhelm-Denkmal in Porta Westfalica heb je een prachtig uitzicht over de uitlopers van het Teutoburgerwoud. Foto: Robin Oomkes.
Vanaf het resterende terras van het Kaiser-Wilhelm-Denkmal heb je een prachtig uitzicht over de uitlopers van het Teutoburgerwoud. Foto: Robin Oomkes.

Maar ook in de periode na het eind van de Tweede Wereldoorlog bleven de monumenten populaire dagtripjes voor mensen uit de omgeving – net zoals in de tijd dat ze gebouwd werden. Ondanks de ideologische problemen die zowel de Oost- als de West-Duitse regering met de nationalistische en soms oorlogszuchtige lading van de monumenten hadden, bleven de bezoekers toestromen, alleen al om van het uitzicht te genieten op de vaak spectaculaire locaties. Dat is trouwens ook hoe de plaatselijke VVV’s de monumenten vandaag aanprijzen – als uitzichtsplatforms. Zo hoeven ze zich niet in het wespennest van de politieke geschiedenis te wagen.

Laten we eerlijk zijn: de meeste van deze monumenten verdienen artistiek gezien geen schoonheidsprijs. Maar vanwege hun mooie ligging, de interessante geschiedenis en het mooie uitzicht dat je vaak vanuit het monument zelf krijgt voorgeschoteld zijn ze wat mij betreft nog steeds het bezoeken waard. Volg dit blog voor meer over de monumenten van het Tweede Rijk!

Advertisements

One thought on “Wilhelminische monumenten – Duitse Vrijheidsbeelden?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s